Tandloos

” Anger can be a wonderful wake up call to help you understand what you need and what you value.”

~ Marshall Rosenberg

 

Het is een paar jaar terug en we hebben net twee schattige zwarte kittens uit het asiel geadopteerd. Ik heb het er maar zwaar mee. Steeds weer probeer ik mijn zoons uit te leggen dat ik graag zou zien dat de behoefte van onze nieuwe huisgenoten aan privacy, ruimte en veiligheid wordt gerespecteerd wanneer ze onder bed schuilen. Ik vind het vervelend dat ze hen steeds najagen om op te pakken voor knuffels. Dus hebben we een afspraak gemaakt dat we ze in ieder geval met rust laten wanneer ze eten, op de bak gaan of zich verstoppen, maar het lukt ze niet om zich daaraan te houden. En ik voel de neiging om te schreeuwen in mij opborrelen. Een enorme bol frustratie in mij die groter en groter wordt. De situatie doet mij denken aan al die keren dat ik eens alleen wil douchen, wat werk doen of [vul maar in] waar ik wat focus of privacy bij nodig heb. Hoe vaak ik ook uitleg dat ik dit echt heel erg belangrijk vind, ze blijven me storen. Gek word ik ervan!

Boosheid

Mijn vorige artikel ging over het luisteren naar de boosheid van je kind. En ik was van plan om nog een ervaring te delen waarbij het eens lukte om bij mijn kwade zoon te blijven met liefdevolle aanwezigheid, omdat ik zoveel over hem leerde toen ik zijn behoefte zag. Maar er is een ander verhaal dat ik eerst wil delen. Omdat ik mij realiseer dat ik niet zomaar zover gekomen ben dat ik zijn boosheid kon omarmen. Eerst moest ik leren om mijn eigen boosheid te accepteren en de schoonheid ervan ontdekken. Dit is het verhaal van de eerste keer dat het mij lukte om van mijzelf te houden ondanks, of misschien juist wel dankzij mijn eigen kwaadheid.

Maar eerst zal ik nog delen wat eraan vooraf ging. Hoewel mijn irritatie en frustratie weliswaar voor een deel terecht was, ik wilde echt graag gehoord worden, kunnen rekenen op wat we samen afgesproken hadden en zorgen dat de kittens zich snel thuis konden voelen bij ons. Maar de onderliggende boosheid die ik voelde was disproportioneel groot, het had een bepaalde onredelijkheid. Ik wist ook wel dat ik van een peuter en een kleuter niet echt kon verwachten dat ze zich aan zo een afspraak konden houden. Toch was er een scherpte aan mijn verontwaardiging die mij nieuwsgierig maakte naar wat er onder lag. En, daarop reflecterend, realiseerde ik mij dat er waarschijnlijk een kindpijn onder zat. Mijn frustratie en wanhoop, wanneer ik meer privacy wilde en af en toe ongestoord werken als ik daarom vroeg, deed mij denken aan hoe weinig eigen ruimte ik had als kind. Mijn moeder opende mijn post, maakte allerlei beslissingen voor mij zonder overleg en wanneer ze boos was en ik in mijn kamer schuilde dan kwam ze toch naar binnen, zelfs al moest ze er de deur voor openbreken. Ik zocht empathie hiervoor en begon deze ervaringen te delen met anderen. Het was fijn om er eens gehoor voor te vinden en begrip van anderen voor te krijgen.

 

“Mama, mama, weet je wat Thibo gedaan heeft!” Hij had de kat geschopt.

 

Jakhalzen in je hoofd

Een paar dagen later kreeg mijn 4 jarige zoon op zijn kop van zijn vader omdat hij weer achter zijn kitten aan het jagen was. Hij volgde Tandloos tot in de gang en toen kwam zijn broertje van 3 naar mij toerennen: “Mama, mama, weet je wat Thibo gedaan heeft!”. Thibo kwam erachteraan gerend: “Stil Bence, niet tegen mama zeggen!”… Hij had de kat geschopt.

Ik was woest en wilde gaan schreeuwen. Maar ik wist al door de afgelopen dagen dat ik projecteerde. Geen veiligheid voor de kittens betekende geen veiligheid voor mijn innerlijke kind. En ik moest denken aan wat ik mijn Geweldloze Communicatie trainer had horen zeggen in de jaartraining. Dat zelfconnectie er voor sommige mensen niet uitziet als het bewust identificeren van hun waarneming, gevoel, behoefte, verzoek, of het nalopen van de vier oren, maar slechts als ademen en het ruimte maken voor alle gevoelens. Voor het eerst liet ik daarom mijn woede eens helemaal toe terwijl ik ademde.

Ik werd even een grote bal vol met haat, verwijt en woede. In mijn mind’s eye zag ik mijzelf mijn zoon een pak slaag geven, ik zou hem eens laten voelen hoe het is om geschopt te worden! En ik hoorde mijzelf hem uitschelden, hoe durf je dat te doen, welk rotkind doet dat nou!. Maar ik reageerde niet, deed en zei niks. Ik stond daar maar, diep ademend en liet de beelden en sensaties over mij heen spoelen. Na de gewelddadige jakhalsshow in mijn hoofd kwamen de herinneringen boven. Het knipje op de deur dat onder spanning stond, het gevloek en getier aan de andere kant van de deur, het heen en weer bonken ermee en de schroefjes die het bijna begaven, nog even dan zou de deur openzwaaien en kreeg ik een pak slaag. De zinloosheid, het nergens veilig zijn, niet in mijn eigen huis, zelfs niet in mijn eigen kamer. Angst en verdriet. Intens verdriet. Voor het eerst kon ik echt diep treuren om mijn gemis aan eigen persoonlijke ruimte en lichamelijke integriteit als kind.

Zodra de woede getransformeerd was naar de pijnlijke emoties eronder en ik de rouw had durven toelaten (dit alles duurde misschien een halve minuut), kwam er een zachte rust en acceptatie over mij. Waarin ik veel ruimte voelde voor mijn zoon. Ik nam hem op schoot en vroeg of hij gefrustreerd was dat zijn kat niet naar hem toekwam. Dat hij het zich vast heel anders had voorgesteld en veel van haar hield en met haar wilde knuffelen. En hij antwoordde: “Ja, ik begrijp er niks van, ik hou zoveel van Tandloos, maar er was een stemmetje in mijn hoofd die zei dat ik haar moest schoppen.”

 

“Mam, ik heb jakhalzen in mijn hoofd, ik denk dat ik een knuffel nodig heb.”

 

Dit bleek de opening voor een prachtig verbindend en leerrijk gesprek, zo’n teachable moment. Ik legde hem uit dat die stem in zijn hoofd zijn jakhals is. Dat jakhalzen zó graag gehoord worden, dat ze soms zelfs anderen pijn kunnen doen. Maar dat het belangrijk is wat ze te vertellen hebben, en we er dus juist naar kunnen luisteren. We spraken af dat wanneer hij de jakhalsstemmen in zijn hoofd voelt komen, hij ze aan mij kan komen vertellen, want bij mij doen ze geen pijn. In de weken erna merkte ik dat, op momenten dat hij zich verveelde en behoefte had aan ontlading, in plaats van zijn broertje te meppen, hij naar mij toekwam en zei: “Mam, ik heb jakhalzen in mijn hoofd, ik denk dat ik een knuffel nodig heb.”

We spraken ook over de keten van geweld, hoe zijn vader naar hem had gejakhalsd en dat hij toen zijn frustratie weer afreageerde op zijn kitten. Dus dat wanneer iemand iets doet of zegt wat pijnlijk voor je is, het eigenlijk helemaal niets met jou te maken heeft maar dat ze gewoon niet-gehoorde jakhalzen doorgeven. Dat mensen die stoute dingen doen dus vaak eigenlijk juist een knuffel nodig hebben. Sindsdien kan ik dit ook uitspreken wanneer ik boos ben of herinnert hij mij eraan door te zeggen: “Praat met je giraf mama!”. Dan leg ik uit dat ik niet boos wil doen maar dat ik echt heel erg gehoord wil worden en vraag ik hem of hij bereid is om te luisteren. Meestal staat hij hier wel voor open. Dit is nu een doorlopend gesprek dat steeds weer verrijkt wordt en waarbij we veel van elkaar leren.

Ik weet zeker dat wanneer ik in boosheid had gesproken of mijn woede had weggeduwd of gerationaliseerd, we niet tot deze uitkomst waren gekomen. Waarschijnlijk had ik dan dingen gezegd en gedaan waar ik later spijt van zou krijgen. Of ik had mijzelf en mijn emotie afgewezen, maar was daarbij somberheid en stille wrevel blijven voelen die ik dan op een andere manier zou kunnen afreageren, met alle tragische gevolgen van dien. En dan had ik niet deze persoonlijke groei doorgemaakt, waarbij ik nu aan mijn zoons kan demonstreren hoe je ook constructief met je eigen boosheid om kunt gaan. Dat we hierbij duidelijke symbolen hebben in de vorm van de jakhals en de giraf maakt het ook nog eens heel begrijpelijk en toegankelijk om te bespreken.

 

“Nee, de jakhalzen zitten in mijn buik, maar nu zijn ze weg. Tandloos heeft ze weggejaagd!”

 

Tandloos

Na dit fijne gesprek ging het ineens beter. Tandloos is ook nu nog steeds wel heel schichtig, echt een traumakatje. Thibo is de enige in dit huishouden die haar te pakken weet te krijgen en door wie ze zich langere tijd rond laat dragen. Zijn volharding om contact met haar te blijven zoeken heeft gewerkt. Ze hebben nu een speciale band die alleen zij delen. En daar is hij ontzettend trots op: “Kijk mam, ik heb Tandloos!” roept hij, terwijl hij haar ronddraagt. En eens kwam hij naar me toe, met de kitten nog in zijn armen: “Hey mam, weet je dat jakhalzen bang zijn voor katten?” “Hoe bedoel je dat, de jakhalzen in je hoofd?” “Nee nee, de jakhalzen zitten in mijn buik, maar nu zijn ze weg. Tandloos heeft ze weggejaagd!”

Muizen jagen, daar had ik wel op gehoopt toen we de kittens adopteerden, maar jakhalzen verjagen, dat is toch wel een grote bonus.

Omgaan met je eigen boosheid:

Ook hier is weer het advies om er niet mee om te gaan. Maar het is tegelijk ook heel erg belangrijk dat je niet vanuit je boosheid reageert. Het allerbelangrijkste dat je kunt doen is dus om je bovenlip in direct contact met je onderlip te houden. Zeg niets. En adem…

Je hoeft jezelf niet te fixen, je boosheid weg te drukken, iets los te laten, je vibratie te verhogen of jezelf af te vragen of je overdrijft en je gevoel onterecht is. Wanneer je met schaamte reageert op je eigen boosheid raak je vaak nog verder van huis. Schaamte over je eigen boosheid is desastreus. Je neiging kan zijn om het te gaan rationaliseren en je boosheid goed te praten. En voor je het weet maak je jouw kind verantwoordelijk voor jouw boosheid. De truuk is om er onvoorwaardelijk voor jezelf te zijn, zelfs wanneer je boos bent. Zo naar jezelf luisteren dat de prachtige waarden die je zo belangrijk vind gehoord kunnen worden. Omgaan met jouw eigen boosheid komt dus eigenlijk neer op zelfcompassie.

  1. Merk op dat je jezelf wil gaan beschamen, rationaliseren, in de verdediging gaan, boos op jezelf worden, jezelf vertellen dat je niet zo boos moet doen. Stop, en adem. Je doet wat nodig is om orde te herstellen en veiligheid te creëren, maar je zegt niets tegen je kind.
  2. Zet je intentie bij compassie. Je weet dat ook jouw boosheid niets meer is dan een uiting van onvervulde behoeften. Je hoeft je boosheid niet weg te stoppen, te transformeren, of ZEN te zijn. Je gaat alleen kijken welke belangrijke behoeften er nu voor jou zo belangrijk zijn.
  3. In plaats van je boosheid weg te drukken, probeer er eens in te duiken. Blijf ademen en laat het gevoel toe. Geef het ruimte. Er kunnen beelden voorbij komen, in je fantasie kun je schelden, roepen, slaan, schoppen. Geniet gewoon van de jakhalsshow, het zegt niets over jou, slechts over de intensiteit van de kwaadheid en wat het wil beschermen. Het is energie die vrijkomt. Als je dat kunt toelaten kom je het snelst tot de kern.
  4. Check in met jezelf: Wat heb je nodig? (of ‘Wat had je nodig’ als het lijkt te gaan om behoeften uit het verleden). Als de kern behoefte gehoord is dan zal de boosheid getransformeerd zijn. Je voelt nu waarschijnlijk emoties die dichter bij deze behoefte liggen. Welke emotie voel je nu? Misschien verdriet of wanhoop?
  5. Rouw om de onvervulde behoefte(n), en spreek met jezelf af dat je manieren gaat vinden om te zorgen voor deze behoefte(n). Heb je een verzoek aan jezelf, nu in het heden?

 

Meer begeleiding?


Wil je aan de slag met je eigen boosheid? Doe mee met de volgende Ouderschap met Compassie Challenge. Ik leid je in een maand tijd gestructureerd en diepgaand door de stappen om je frustratie over iets wat je kind doet te transformeren zodat de onderliggende behoeften gehoord kunnen worden. Een training ter waarde van €97. Maar het is mijn missie om zoveel mogelijk ouders zelf te laten ervaren dat ook zij hun eigen reactiviteit kunnen doorbreken en een bewuste compassievolle respons geven. Daarom kun je nu al meedoen voor het luttele bedrag van slechts €97 €25. Daarvoor krijg je:

  • 10 duidelijke email lessen
  • 3 inspiratievideos
  • 10 praktische oefeningen
  • 7 overzichtelijke werkbladen
  • 1 steunende Facebook community
  • 1 live Q&A sessie

Waar je helemaal op je eigen tijd doorheen kunt gaan. Vanuit je luie stoel (of in bed, zoals ik graag doe).

Ja, je leest het goed, een maand groepscoaching nu voor maar €25, en al die materialen zijn daarna van jou zodat je, elke keer als er weer een frustratie bij je opkomt, je de stappen voor jezelf kunt doorlopen.

Meer lezen?